Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

> >
 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 
 
 

Het Stationsplein te Roosendaal, 1907-1948

 
Behalve in 2007 toen het Roosendaalse Stationsplein overhoop ging voor de aanleg van nieuwe autobushalten, waarbij ook de fontein uit 1955 werd verplaatst, is er nooit aandacht besteed aan de inrichting van het Roosendaalse Stationsplein in vroeger dagen.
In dit verhaal wordt aandacht besteed aan de geschiedenis dit plein met sigarenkiosk vanaf 1907 tot de herinrichting na de Tweede Wereldoorlog.
 
Alvorens aandacht te besteden aan sigarenkiosk van de Gebroeders van Wely, die in 1908 op het nieuwe Stationsplein werd gebouwd, even een korte terugblik naar de kiosk op het oude Stationsplein uit de jaren 1854-1907.
 
 
Voordat het nieuwe stationsgebouw op de kop van de (latere) Brugstraat in 1907 een feit was, zorgde het station uit 1854 (rechts, deels buiten beeld, met uitbreidingen in latere jaren) voor het vertrek en aankomst van alle treinen in Roosendaal. Vanaf 1885 stond er op het Stationsplein naast de Vughtstraat (links) al een sigarenkiosk van de Gebroeders van Wely.
 
 
Schuin tegenover het stationsgebouw (achter de rug van de fotograaf) stond het 'Hotel des Pays Bas' (links buiten beeld, sinds 1856) en recht er tegenover de sigarenkiosk van de firma Gebroeders van Wely (links in beeld, sinds 1885). Op het bord in de dakgoot stond een flink reclamebord met de tekst: Jongenelen, Kerkschilder Roosendaal N.B., Magazijn van Kerkornamenten. Ansichtkaart uit circa 1900.
 
 
Voor- en zijgevel van de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely op het Stationsplein, 1885-1907. De uiteindelijke uitvoering week slechts in geringe mate af van de bouwtekening, zie ansichtkaarten hierboven en hieronder. Tekening Marius Broos, Roosendaal.
 
 
Schuinl tegenover het stationsgebouw (achter de rug van de fotograaf) stond het 'Hotel des Pays Bas' (links, sinds 1856, later ook bekend als Hotel Cockx) en recht ertegenover de sigarenkiosk van van de firma Gebroeders van Wely (sinds 1885). In de dakgoot stond een flink reclamebord met de tekst: Jongenelen, Kerkschilder Roosendaal N.B., Magazijn van Kerkornamenten. De ansichtkaart is op 1 januari 1901 als nieuwjaarskaart gebruikt door Willem van Wely, één van de vennoten van de sigarenfabriek.
 
 
 
 
Kort na de bouw van het voor Roosendaal reusachtige stationsgebouw was het voorplein nog een troosteloze zandvlakte. Het duurde nog tot ver in 1908 eer deze zandvlakte bestraat was met 'kinderkopjes'. Van enige onderbreking door middel van plantsoenen of bloemperken was toen nog geen sprake, of het moest zijn dat de nieuwe sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely in 1908 een plantsoentje om zich heen kreeg. Gezicht vanaf het stationsgebouw in de richting van het kantoorgebouw van Van Gend & Loos, echter nog zonder een loods voor de opslag van stukgoederen ernaast. Die kwam pas in 1921 tot stand. Rechts staat de sigaren-kiosk uit 1908. Links op het plein kwam er in 1919 nog een houten fietsenstalling. Uiterst links staat het hotel 'Verbunt' en rechts achter de kiosk rijst het hotel 'Central' op. Ansichtkaart uit circa 1913.
 
 
Links, tussen de twee herenhuizen naar het ontwerp van architect (nog invullen), staat het pand van hotel 'Verbunt', later hotel 'Goderie'.
 
 
Twee plaatjes uit vroegere jaren, het ene nog van het hotel 'Verbunt' uit de begintijd kort na 1907 en het andere van hetzelfde pand na de overname van het bedrijf door 'Goderie'. Ansichtkaarten uit circa 1920 en 1930.
 
 
Overigens was er destijds nog een hotelbedrijf. Dat was hotel 'Neerlandia', op de hoek van het Stationsplein en de Stationsstraat, schuin tegenover de visitatiezaal van het stationsgebouw. Het pand werd in de nacht van 10 op 11 februari 1948 geheel door brand verwoest. Ansichtkaart uit circa 1935.
 
 
Nog een plaatje van het hotel 'Neerlandia', dat een beter beeld geeft van het pand uit 1911 met een lange gevel langs de Stations-straat. In het linker deel was een sigarenwinkel gevestigd. Kennelijk was de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely uit 1908, midden op het Stationsplein, niet genoeg. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Terug naar het centrum van het Stationsplein met zicht op het stationsgebouw en de nieuwe sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely in 1908. Ansichtkaart uit circa 1913.
 
 
Voor- en zijgevel van de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely op het Stationsplein, 1908-1933. De uiteindelijke uitvoering wijkt maar in geringe mate af van de bouwtekening, zie hieronder. Tekening Marius Broos, Roosendaal.
 
 
In 1923 poseert het vrouwelijk personeel voor de kiosk, allen zusters van elkaar. Van links naar rechts zijn dat Nelly Cartens-Heck
(* 31 januari 1896), Koos Pirée-Heck (* 8 maart 1898), Phil Broeren-Heck (* 6 april 1901) en Cor Weterings-Heck (* 11 maart 1899).
Rechts is het stationsgebouw nog juist zichtbaar. De uiteindelijke uitvoering van de kiosk wijkt slechts in geringe mate af van de bouwtekening, zie hierboven.
 
Jan Cartens gaat in 2002 in zijn boek 'Voetsporen van mijn moeder, kroniek van een provinciestad' uitgebreid in op het leven van zijn grootvader Johannes Heck als timmerman en zijn grootmoeder Adriana de Bra met haar kleine kruidenierswinkeltje aan de Boulevard, het gezin met maar liefst dertien kinderen, en dat alles in het zich snel uitbreidende Roosendaal na de nieuwbouw van het spoorweg-station, midden in de weilanden op Kalsdonk aan de noordzijde van de stad.
 
Jan Cartens schrijft:'Zodra Nelly zestien jaar werd, kon zij in de sigarenfabriek van Karel van Wely aan de slag. Eigenlijk hoopte ze dat ze winkeljuffrouw zou mogen worden in de kiosk die op het nog kale Stationsplein gebouwd werd. Om ook de buitenlandse klanten te woord te kunnen staan die met de internationale treinen in het nieuwe station aangekomen waren, had ze van haar eigen spaargeld Franse les genomen bij mijnheer Vermeeren, een onderwijzer van de school aan de Bredaseweg. 'Quelles cigares voulez- vous, monsieur?', kon ze al vlot vragen en als ze daarnaar vroegen kon ze ook uitleggen, waar ze het 'bureau de poste' konden vinden, zelfs dat er een gevestigd was 'au marché'. (blz. 29)
 
Wordt vervolgd onder de volgende afbeelding
 
 
Ook toen al werden etalages regelmatig opnieuw ingericht. Kennelijk moest er steeds verandering van rookwaren zijn om te blijven roken.
 
Kort na haar zestiende verjaardag in 1912 mocht Nelly aan de slag bij de sigarenfabriek van Van Wely. Jan Cartens vervolgt: 'Ze slaakte een zucht van verlichting toen ze, een paar maanden na haar achttiende verjaardag van een vriendelijke mijnheer Van Wely te horen kreeg dat hij de nieuwe sigarenkiosk op het stationsplein aan haar en haar jongere zussen Cor en Koosje wilde toever-trouwen. Ze had dus niet voor niets Frans geleerd.' (blz. 29)
 
Nelly zou er tien jaar dienst doen. Na haar huwelijk in 1926 met de tien jaar oudere machinist Urbanus Hubertus Cartens, die in 1886 in Bergen op Zoom was geboren en inmiddels bij de N.V. Nederlandsche Spoorwegen in Roosendaal was opgeklommen tot machinist. Het kersverse echtpaar vestigde zich in de Sint Josephwijk. En dat was toen ook meteen het einde van Nelly's werk in de sigarenkiosk op het Stationsplein.
 
 
Een prachtig ingekleurde ansichtkaart uit circa 1915 laat de tuin met theekoepeltje zien van de stationsrestaurateur aan de zuid-westzijde van het stationsgebouw. Hij had met zijn gezin een woning in het hoge middendeel van het stationsgebouw, met aan de zuidwestzijde de wachtkamer 1e en 2e klasse en aan de noordoostzijde die voor de reizigers in de 3e klasse. Alleen in zijn tuin kon hij tussen de bedrijven door genieten van de buitenlucht. In de hoek tegen de gevel van het stationsgebouw en die van het perron stond zelfs een theekoepeltje, waarin hij zijn gasten in de buitenlucht kon ontvangen. Hij hoefde zijn personeel maar te ontbieden of er werd thee of wat anders hier naar toe gebracht. Ansichtkaart uit circa 1915.
 
In de verte staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely en rechts het hotel 'Neerlandia' uit 1911.
 
Jan Cartens schrijft: 'Op die eerste septemberdag in 1914 waarop ze in een keurig vermaakte, hooggesloten jurk als winkeljuffrouw in de kiosk aan het werk zou gaan, had mijnheer Van Wely haar geduldig uitgelegd hoe de kassa werkte en hoe ze als dat nodig was met de telefoon verbinding kon krijgen met zijn kantoor. Uitdrukkelijk had hij haar toen ook verboden iemand anders verder te laten komen dan de toonbank met het glazen afdekblad waaronder diverse merken sigaren lagen uitgestald: de kleine donkerbruine Cubaantjes die in hun eigen fabriek van de beste tabakssoorten werden gemaakt en die ze bij voorkeur bij de klanten moest aan-prijzen, naast de grotere, dikke havanna's, waar blinkende gouden bandjes omheen zaten en die meisjesnamen hadden, zoals Carmen en Marcellla.' (blz. 29)
 
Jan Cartens vervolgt: 'In de smalle vitrine naast de kassa lagen de sigaretten. Pirate in een smal doosje waarop en zeeman stond en Miss blanche met de afbeelding van een meisje in een ruitercostuum. In de andere uitstalkast lag de chocola: de brede plakken van Suchard en Velma en de repen van Pette en Kwatta. Au lait en Pur.' (blz. 29)
 
Tenslotte: De eerste dagen was er nauwelijks iemand binnen geweest. Om de tijd te doden had ze toch een beetje zenuwachtig door het voordeurraam staan kijken naar het nieuwe kantoorgebouw van expeditiebedrijf Colignon & Cie, aan de andere kant van het uitgestrekte plein, en naar het grote pand van hotel Verbunt. Ze was telkens opgelucht als ze kort na de middag haar zusje Koosje langs café-restaurant Central naar de kiosk zag komen om haar af te lossen.' (blz. 30)
 
Na haar ontslag in 1926 wegens het huwelijk met de tien jaar oudere NS-machinist Urbanus Hubertus Cartens, stond zij al gauw voor een gezin met drie kinderen en vanaf 1935 een man thuis. Hij was wegens oogletsel voor de locomotiefdienst afgekeurd en moest met zijn gezin voor de rest van zijn leven rondkomen van een karig invaliditeitspensioen.
 
 
Kort na de Eerste Wereldoorlog begon de opkomst van het gemotoriseerd vervoer over de weg. Het Stationsplein werd langzaam maar zeker het toneel van autobussen en automobielen voor het aan- en afvoeren van reizigers en stukgoederen. Sjouwers van en naar het station, zoals de man rechts in beeld, behoorden al vrij snel tot het verleden. Links staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely.
 
De ansichtkaart uit circa 1918 toont rond de sigarenkiosk een wat grillig gevormd, ongeveer rechthoekig plantsoen. Sinds 1919 stond er rechts vóóraan (juist buiten beeld) een houten keet als fietsenstalling (met afmetingen 9,4 x 6,1 meter buitenlangs, geschikt voor circa 100 rijwielen), pal tussen de ingang naar het goederenemplacement en die naar de elektriciteitscentrale. De foto is gemaakt vanaf de zolder van het kantoorgebouw van Van Gend & Loos.
 
 
Overigens was het in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog nog lang niet zo druk als in de latere jaren twintig. Sinds 1919 stond er rechts vóóraan een houten keet als fietsenstalling (met afmetingen 9,4 x 6,1 meter buitenlangs, geschikt voor circa 100 rijwielen), pal tussen de ingang naar het goederenemplacement en die naar de elektriciteitscentrale. Links staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely. De foto is gemaakt vanaf de eerste verdieping van het kantoorgebouw van Van Gend & Loos. In de bestrating is nog goed te zien, dat er eerder een plantsoen moet hebben gelegen. Ansichtkaart uit circa 1922.
 
 
Ook is er een ontwerp uit circa 1918 bekend van een 'plantsoen', min of meer recht vóór het kantoorgebouw van Van Gend & Loos en het hotel, café en restaurant Central (links ervan). Kort erna werd dit 'plantsoen' ook daadwerkelijk aangelegd, maar het bleef er niet lang. Tekening in collectie West-Brabants Archief, schaal 1:500.
 
Het bijschrift van de tekening draagt de aantekening: N.B.: niet uitgevoerd ontwerp...! Maar dat klopt dus niet...! Het kleine plantsoentje links lag er zelfs nog tot ver in de dertig. Voor de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen was verharding van het plein voor het station voldoende. Een verfraaiing behoorde niet tot de 'core business' van het bedrijf, zodat al in de jaren van de Eerste Wereldoorlog het beheer en onderhoud van het plein voor het stationsgebouw werd overgedragen aan de gemeente Roosendaal.
 
 
Ook zijn er ansichtkaarten bekend van een plantsoen, min of meer recht vóór het kantoorgebouw van Van Gend & Loos en het hotel, café en restaurant Central. Links buiten beeld staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely. Hoe lang dit plantsoen er heeft gelegen, is onbekend. Ansichtkaart uit circa 1918.
 
 
Ook zijn er ansichtkaarten bekend van een plantsoen, min of meer recht vóór het kantoorgebouw van Van Gend & Loos en het hotel, café en restaurant Central. Links staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely in beeld. Hoe lang dit plantsoen er heeft gelegen, is niet bekend, hooguit enkele jaren. Ansichtkaart uit circa 1919-1920.
 
 
Ook zijn er ansichtkaarten bekend van een plantsoen, min of meer recht vóór het kantoorgebouw van Van Gend & Loos en het hotel, café en restaurant Central. Links staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely in beeld. Hoe lang dit plantsoen er lag, is echter niet bekend, hooguit enkele jaren. Ansichtkaart uit circa 1919-1920.
 
 
Vanaf 1921 begon de opkomst van het gemotoriseerd vervoer over de weg. Het Stationsplein werd langzaam maar zeker het toneel van autobussen en automobielen, voor het aan- en afvoeren van reizigers en stukgoederen. Rechts (buiten beeld) staat de sigaren-kiosk van de Gebroeders Van Wely. Links op de voorgrond is het kleine ronde perkje met wat struiken uit het ontwerp van circa 1920 te zien. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Vanaf 1921 begon de opkomst van het gemotoriseerd vervoer over de weg. Het Stationsplein werd langzaam maar zeker het toneel van autobussen en automobielen, voor het aan- en afvoeren van reizigers en stukgoederen. Rechts staat de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely en daarachter de elektriciteitscentrale met een schoorsteen van 35 meter hoog. Op de voorgrond is het kleine ronde perkje met wat struiken uit het ontwerp van circa 1920 te zien. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Een beeld vanaf het hotel, café en restaurant Central in de richting van de Spoorstraat laat links de elektriciteitscentrale zien en uiterst rechts nog juist het hotel, café en restaurant Goderie. Alle gebouwen zijn nog maagdelijk in de oorspronkelijke toestand. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Gezicht vanuit de Stationsstraat op het stationsgebouw. Op de voorgrond, rond de sigarenkiosk van de Gebroeders Van Wely, ligt het wat grillig gevormde, ongeveer rechthoekige, plantsoen. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Gezicht vanaf het 'Hotel Central' op het Stationsplein. Er is dan nog volop ruimte voor alle soorten van verkeer, zoals auto's, auto-bussen, paard en rijtuig, fietsers en voetgangers. In de plantsoenen bij de sigarenkiosk (links buiten beeld) en rechts staan paaltjes met daarop de tekst: ´SS, EIGEN TERREIN´ . Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Na aankomst in Roosendaal op 16 juli 1913, circa 18.45 uur, stonden er voor de hoofdingang maar liefst zes rijtuigen gereed om het gezelschap kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders onder aanvoering van de 78-jarige kardinaal Van Rossum naar het klooster van de Paters Redemptoristen als overnachtingsadres te brengen. De krant in Roosendaal met de naam 'De Grondwet' wordt de hele aankomst van het gezelschap breed uitgesponnen.
 
 
De hoofdingang van het stationsgebouw vormde uiteraard ook een mooie achtergrond voor een gezelschap bij een 25- of 40-jarig ambtsjubileum. Vaak waren het hogere spoorwegbeambten of vakbondsmensen die hiervan gebruik maakten. Foto uit circa 1935.
 
 
Het veertigjarig ambtsjubileum van stationschef J. Tjabrink (zittend midden voor, met links zijn vrouw en rechts zijn dochter) was op 2 september 1935 eveneens aanleiding voor een fraaie groepsfoto met de genodigden voor de hoofdingang van het stationsgebouw. Tjabrink (geboren op 5 december 1877 te Utrecht) was in de jaren 1934-1941 stationschef 1e klasse A te Roosendaal. Slechts van enkele mensen zijn de namen bekend. Uiteraard staat er geen rijdend personeel op de foto, dat was overdag niet in Roosendaal en altijd onderweg'.
 
 
Rechts: Nu eens geen hele groep op het bordes voor de in- en uitgang van het stationsgebouw, maar wellicht een joodse jonge dame bij aankomst in Roosendaal. Bij deze foto zijn helaas geen gegevens overgeleverd, slechts een datum van 3 september 1939.
 
Was zij misschien in Roosendaal uitgestapt, omdat zij op haar bestemming aankwam of ging zij naar een overnachtingsadres, om de volgende dag verder te reizen naar bijvoorbeeld Belgie of Frankrijk?
 
Links: In elk geval was zij vanaf de visitatiezaal via de veertig meter lange en monumentale gang aan de voorzijde van het stations-gebouw naar de in- en uitgang gewandeld.
 
 
De hoofdingang met het vele sectieltegelwerk van Thooft en La Bouchiere in Delft rond en tussen de ramen mocht er zijn. Helaas werd op het eind van de Tweede Wereldoorlog met name de hoofdingang het slachtoffer van bombardementen, ontploffingen en beschietingen, zodat herstel achterwege bleef en volstaan werd met de nieuwbouw van de stationshal die totaal niet paste bij het deel uit 1907. Let op de vele taxi's bij de voorgevel. De foto dateert uit circa 1935.
 
 
De hoofdingang met het vele sectieltegelwerk van Thooft en La Bouchière in Delft rond en tussen de ramen mocht er zijn. Helaas werd op het eind van de Tweede Wereldoorlog met name de hoofdingang het slachtoffer van bombardementen, ontploffingen en beschietingen, zodat herstel achterwege bleef en volstaan werd met de nieuwbouw van de stationshal die totaal niet paste bij het deel uit 1907. Let op de vele taxi's bij de voorgevel en de autobus voor de wat minder draagkrachtigen. De foto dateert uit circa 1935.
 
 
Situatietekening uit 1933. Duidelijk zijn de plantsoenen en groenstroken uit de jaren 1920-1933 te onderscheiden. De fietsenstalling uit 1919 werd in 1932 verplaatst naar het stationsvoorplein, vrij kort bij de uitgang. Op de tekening (bij het pijltje) is nog vaag de oorspronkelijke plek van de rijwielstalling te zien. Wat echter niet klopt, is de omvang van de fietsenstalling op de nieuwe plek. Dat blijkt uit een foto vanuit de lucht in 1937. Kennelijk is hier iets mis gegaan in de communicatie tussen Roosendaal en Utrecht. Ging men misschien uit van een dubbele grootte en is dat op het laatste nippertje in die crisisjaren niet doorgegaan?
 
 
In 1933 of 1934 werd het hele Stationsplein onderhanden genomen op kosten van de gemeente. Uit ansichtkaarten is de nieuwe situatie vaak moeilijk te zien, vandaar dat we onze toevlucht nemen tot een verticale foto vanuit de lucht in 1937. Nadat deze in de tekening met de situatie uit 1933 is geprojecteerd, komt de nieuwe situatie duidelijk naar voren. Een toelichting is haast overbodig.
De zware steunberen met hekwerk als ingangen naar het goederenemplacement en naar de elektriciteitscentrale waren verplaatst. De fietsenstalling stond op het voorplein bij de uitgang. Ernaast lagen zes standplaatsen voor autobussen. Hoewel dat in het oorspronkelijke plan niet in de bedoeling had gelegen, was de sigarenkiosk verdwenen. Kennelijk hielden de Gebroeders Van Wely het in 1933 voor gezien, misschien ook vanwege de economische crisis en de tegenvallende inkomsten. Een verplaatsing van de kiosk (en restauratie) op hun kosten was niet meer lonend.
 
 
Gezicht vanaf de Spoorstraat op het Stationsplein, circa 1935. De taxi's staan op hun plaats, pal tegen de gevel van het stations-gebouw met de erachter gelegen gang en wachtkamers.
 
 
Gezicht vanaf het kantoorgebouw van Van Gend & Loos op het Stationsplein, 1939. De plantsoenen liggen er keurig netjes verzorgd bij.
 
 
Gezicht vanaf de Dr. Lemmensstraat op het Stationsplein, 1941. Rechts ligt de fietsenstalling. Op het bordje op het paaltje rechts staat de tekst: ´SS, EIGEN TERREIN´. Opvallend is het geheel afwezig zijn van taxi's en enig ander verkeer.
 
 
De herinrichting van het Stationsplein gebeurde naar het ontwerp van de tuin- en landschapsarchitect Dr. Ir. J.T.P. Bijhouwer, een goede vriend van Claudius Prinsen. Hij was in 1932 benoemd tot de nieuwe burgemeester van de gemeente Roosendaal en Nispen. Bijhouwer was volgens het Polytechnisch Tijdschrift uit 1949 'een van de weinige tuin- en landschapsarchitecten van deze tijd met een open oog voor stedenbouwkundige problemen.'
Gerrie Andela besteedt in haar boek uit 2011: J.T.P. Bijhouwer, grensverleggend tuin- en landschapsarchitect (1898-1974), aandacht aan de herinrichting van het Roosendaalse Stationsplein. Toch is niet alles conform het ontwerp van Bijhouwer uitgevoerd. Ook zat er een enorme fout in de tekening. De elektriciteitscentrale met directe omgeving stond veel te ver naar het oosten getekend, zodat er als het ware ruimte werd geschapen voor een groot plantsoen, dat er niet kon komen. Maar in de crisisjaren kon de gemeente wel een meevaller gebruiken. Toch bleef de strekking van het ontwerp overeind, alleen niet met het autobusstation en de sigarenkiosk.
 
 
Uit: Gerrie Andela, J.T.P. Bijhouwer, grensverleggend tuin- en landschapsarchitect (1898-1974), blz. 39, met aantekeningen van auteur dezes, zie ook blz. 158-163 van: Roosendaal, een spoorwegknooppunt als 's lands voorportaal in het zuiden, 1854-1996.
 
Burgemeester Prinsen was ook de drijvende kracht achter de herinrichting van het Stationsplein. Gesteund door zijn wethouders liet hij zowel architect G.L. van Straaten van Bureau Schaap als Bijhouwer een ontwerp maken ter verruiming en verfraaiing van het plein en om de verbinding met het centrum te verbeteren. De uitvoering zou weer in werkverschaffing moeten plaatsvinden. B&W gaven de voorkeur aan Bijhouwers plan (1933). Dat was ‘eenvoudig, logisch en zonder pretenties en daarom goed.’
 
Wellicht droeg de tekenwijze aan dit oordeel bij, want in het vogelvluchtperspectief waren de gebouwen, gazons, kiosken, bomen en ook de auto’s slechts als contour weergegeven. Een opengewerkte versie liet hij achterwege. Wilde hij zo het zakelijke karakter van het plan benadrukken of was het slechts een kwestie van tijdgebrek? (...)
 
Bijhouwer streefde niet naar een representatief plein maar naar een efficiënt ingerichte ruimte met een heldere routing van en naar het station, begeleid door bestaande bebouwing dan wel een nieuw plantsoen. Wat er lag was een ongedefinieerd plein dat voornamelijk uit een wegvliedend vlak van klinkerbestrating bestond. Komend vanuit Stationsstraat projecteerde hij een rijroute naar zowel de Brugstraat als de Spoorstraat. Voor het station langs liep een tweede weg die eveneens naar deze straten afboog. Een driehoekig plantsoentje liet hier het gewenste zicht vrij op de eerste gebouwen van de Spoorstraat waar zich enkele hotels bevonden en omgekeerd kwam de stationsingang goed in beeld.
 
In het noordelijk  plantsoendeel kwam een opstelstrook voor autobussen, gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door bomenrijen [Deze opstelstrook met bomen is geheel vervallen, wellicht om practische redenen, want autobussen kunnen beter naast elkaar staan in plaats achter elkaar, dit om een snel vertrek mogelijk te maken, MB]. Een recht wandelpad maakte een korte doorsteek mogelijk. [Dit is niet aangelegd, vanwege een gebrek aan ruimte door de situering van de elektriciteitscentrale, MB].
 
De inrichting van de plantsoenen was sober. Bomenrijen en beplantingsstroken met onder andere witte paardekastanjes, Italiaanse populieren, rode meidoorns, vlier, sneeuwbal en dwergmispels begeleidden het tracé van de wegen. Enkele afzonderlijke bomen accentueerden een hoek of kruising. Onderhouds-intensieve sierborders ontbraken. Met het oog op de financiering in het kader van de werkverschaffing werd ook de uitvoering van dit ontwerp snel en zonder ingrijpende veranderingen [Dit is absoluut niet juist, MB] ter hand genomen.
 
De nieuwe entree van de stad zou slechts enkele jaren bestaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het station zwaar beschadigd. Vanwege de veranderde verkeerseisen en de plaatsing van een herdenkingsteken [Dit laatste is absoluut niet juist, want het ging om gewijzigde inzichten voor wat betreft het stationsgebouw als toegangspoort tot de stad en de bouw van een fietsenstalling kort bij de in- en uitgang van het stationsgebouw, MB] werd bij het herstel van het gebouw na de bevrijding ook het voorterrein onder handen genomen. In de nieuwe opzet bleven slechts enkele bomen [Dit is niet juist, er bleef geen enkele boom gespaard, MB] gehandhaafd.
 
 
Het personeel op een spoorwegknooppunt als Roosendaal deed in 1939 mee om het jublieum '100 jaar spoorwegen in Nederland' extra luister bij te zetten. Dit gebeurde niet alleen met sportwedstrijden en een tentoonstelling. Iets heel bijzonders in die tijd was het feestelijk verlichten van een deel van van het stationsgebouw aan de straatzijde.
 
 
Bij de viering in 1954 van '100 jaar spoor' in Roosendaal werd (de nieuwbouw van het stationsgebouw uit 1949) nogmaals feestelijk verlicht, zij het met wat minder lampen dan vijftien jaar tevoren.
 
 
Voor meer informatie:
Marius Broos, Roosendaal, een spoorwegknooppunt als 's lands voorportaal in het zuiden, 1854-1996 ('s-Hertogenbosch 2004)